2 oktober 2026
Bij Goldfizh werken we op alle mogelijke manieren met AI en bouwen we agents. Toch zit de grootste winst ergens anders: in het slim inrichten van de AI-stack binnen je organisatie. En omdat de meeste corporates met Microsoft werken, betekent dat meestal Copilot. Dat is misschien de minst sexy vorm van AI-implementatie, maar wél de belangrijkste.

Ik heb in tientallen organisaties mogen binnenkijken. Wat me daarbij opvalt: er ligt zelden een Copilot-strategie. Zonde, want juist hier liggen zoveel kansen. Bij een pensioenfonds waar ik tijdens een interim-klus Copilot moest iinrichten, ging de tijd per communicatiebrief bijvoorbeeld van zo'n 25 uur terugnaar 4. In dit artikel laat ik aan de hand van concrete voorbeelden zien hoe je die kansen pakt. Nieuw met termen als agentic AI of guardrails? Onderaan vind je de veelgestelde vragen.
Bij het pensioenfonds scheelde het zo'n 21 uur per brief. Het team moest honderden brieven herschrijven: voor de nieuwe pensioenregels, volgens de eisen van de AFM en in een nieuwe communicatiestijl. En dat met weinig productiecapaciteit. We rekenden het proces stap voor stap door.
En ook de compliancecheck gaat sneller, omdat de agent al een vooraf afgestemde checklist afgaat, met een onderbouwing erbij. De copywriter controleert als hoofdredacteur altijd of alles klopt. Reken het door over honderden brieven, en het loopt al snel in de duizenden uren. De agents worden tot op vandaag volop gebruikt.
Er komen twee dingen bij die je niet in uren uitdrukt. De kwaliteit wordt consistenter, omdat elke tekst langs dezelfde checks gaat. En het werk wordt leuker: copywriters schrijven niet meer honderden keren hetzelfde type brief, maar sturen bij waar het ertoe doet.
We begonnen met één agent die alles deed: de briefing checken, schrijven, de tone of voice toepassen en de compliance controleren. In redactietermen deed die ene agent het werk van een redacteur, een stijlredacteur en een jurist tegelijk. Dat werkte, maar het groeide niet mee. Elke aanpassing kon alles raken, en voor webteksten of nieuwsbrieven kon je er weinig van hergebruiken. Daarom bouwen we nu een redactie van agents.
Als een echte redactie: elk redactielid heeft één taak, en per tekstsoort stel je de bezetting samen.
Zo ziet de bezetting eruit voor drie soorten teksten. Of beter gezegd: automatiseringen.
Je bouwt elk redactielid maar één keer. Wil je er een kanaal bij, dan geef je de eindredacteur een nieuw template, geen nieuwe agent.
Houd de grenzen scherp. De researcher verzamelt, de redacteur schrijft en de eindredacteur bepaalt alleen de vorm: die voegt geen feiten toe. De factchecker controleert achteraf of de tekst nog klopt met de bronnen. Doen twee redactieleden hetzelfde werk, dan heb je je alleskunner terug.
Je hoeft niet alles tegelijk te bouwen. Elke extra stap kost tijd en is een plek waar iets mis kan gaan. Begin met de stijlredacteur en breid uit waar het iets oplevert.
De hoofdredacteur is er altijd bij, in elke automatisering. Maar niet als een van de checks in de keten: hij staat erboven. In de markt heet menselijke controle meestal human-in-the-loop. Wij noemen het bewust human-above-the-loop.
Het verschil zit in de rol. Bij human-in-the-loop is de mens een stap in het proces, net als de agents. Bij human-above-the-loop bepaalt de hoofdredacteur de koers: de opdracht, de schrijfwijzer en de huisregels. De redactieleden doen het werk en de checks, en niets gaat de deur uit zonder akkoord van de hoofdredacteur. Zo doet AI het werk, en houden mensen de regie.
Begin met de stijlredacteur: hij is klein, direct bruikbaar en elke volgende automatisering gebruikt hem. Zie het bouwen als een nieuwe collega inwerken, in zes stappen. Check vooraf drie dingen: welke licenties je hebt, in welke omgeving je bouwt en waar je documenten staan.
Beschrijf in één zin wat hij doet. Lukt dat niet, dan zijn het twee agents. De stijlredacteur checkt of een tekst klinkt zoals jouw organisatie schrijft. Spelling doet hij niet, dat is de taak van de corrector.
In Copilot Studio: de naam en de beschrijving. Andere agents gebruiken die beschrijving om te bepalen wanneer ze jouw agent inschakelen.
Een agent is zo goed als zijn bronnen. Geef hem de schrijfwijzer, goede én foute voorbeeldteksten en een lijst met namen en vaktermen. Ruim eerst op. Copilot haalt context uit je eigen omgeving, en staat die vol verouderde documenten en dubbele versies, dan krijg je een matig antwoord.
In Copilot Studio: de kennisbronnen.
Schrijf op wat nooit mag. Bijvoorbeeld: nooit namen, cijfers of citaten aanpassen, niets verzinnen en bij twijfel de vraag aan de hoofdredacteur voorleggen.
In Copilot Studio: de instructies, samen met stap 4.
Dit is je prompt. Houd hem kort, in vaste blokken en met genummerde stappen:
Microsoft adviseert zelf deze opbouw: kopjes, genummerde stappen en de belangrijkste regels vetgedrukt. Schrijf de namen van je bronnen en tools precies zoals ze in Copilot Studio heten. Meer over goede prompts lees je in hoe je beter leert prompten.
In Copilot Studio: het veld Instructies.
Instructies sturen gedrag, maar dwingen niets af. Wat echt niet mag, regel je daarom buiten de agent: welke bronnen hij mag zien, wie hem mag gebruiken en wie het laatste akkoord geeft. Dat is altijd de hoofdredacteur. Een deel regelt Microsoft al voor je: Copilot neemt je bestaande rechtenstructuur één op één over, dus het laat niemand iets zien waar die geen toegang toe heeft. Bouw en test daarnaast in een aparte omgeving, los van productie.
In Copilot Studio en Power Platform: rechten, omgevingen en het moment waarop de hoofdredacteur akkoord geeft.
Laat de agent bewust falen voordat collega's ermee werken. Drie tests om mee te beginnen:
Gaat het mis? Pas één regel tegelijk aan en test opnieuw.
In Copilot Studio: het testvenster.
Met een workflow: die roept je redactieleden in een vaste volgorde aan. Een voorbeeld: je zet een briefing in een map. De workflow pakt hem op en de researcher haalt de feiten uit de bronnen. De redacteur schrijft een eerste versie, de eindredacteur maakt er een post en een artikel van, en de stijlredacteur en de corrector lopen erlangs. Daarna krijg jij als hoofdredacteur een seintje: de teksten staan klaar voor je akkoord.
Een workflow start met de hand, door een gebeurtenis zoals een nieuw bestand, via een agent of op een vast moment. Je kunt er ook een loop van maken: de factchecker stuurt de tekst terug naar de redacteur tot alles klopt met de bronnen. Bouw dan wel een maximum aantal rondes in.
Wie verdeelt het werk? Op een redactie doet de chef redactie dat. In Copilot Studio heb je daar twee opties. Een workflow legt de verdeling vast, of een orchestrator-agent verdeelt het werk zelf via connected agents. Wanneer je welke kiest en welke beperkingen er zijn, lees je in de veelgestelde vragen.
Geef elke agent één eigenaar, en deel agents in plaats van ze opnieuw te bouwen. Zonder die afspraken krijg je agent sprawl: een wildgroei van agents die niemand beheert. Volgens AvePoint zijn agents zonder eigenaar daar de belangrijkste oorzaak van. Ook Microsoft ziet het probleem: in april kreeg Copilot Studio met Agent 365 een centrale laag die alle agents zichtbaar en beheersbaar maakt.
Maar een overzicht is nog geen regie. En zeker geen strategie. Een inventarislijst vertelt je welke agents er zijn, niet of ze dezelfde toon gebruiken of dat een collega dezelfde stijlredacteur voor de derde keer bouwt. Daarom verdeel je het eigenaarschap:
Zo groeit de stijlredacteur van de communicatieafdeling uit tot een redactielid voor de hele organisatie. HR gebruikt hem voor vacatureteksten, sales voor offertes en de klantenservice voor antwoorden op klantvragen. Dat telt steeds zwaarder: hoe vaker AI je teksten schrijft en hoe vaker een AI-assistent namens je klant leest, hoe belangrijker het is dat je stem overal klopt.
Copilot Studio maakt het bouwen van agents makkelijk, en juist daarom heb je regie nodig. Bouw geen alleskunners, maar een redactie van agents met elk één taak en één eigenaar, en met altijd een hoofdredacteur erboven. Begin bij de stijlredacteur van de communicatieafdeling, en maak hem daarna beschikbaar voor de hele organisatie. Zo werk je sneller, en klinkt elke tekst als jullie.
Heb je nog geen Copilot-strategie, of wil je weten waar bij jullie de kansen liggen? Neem contact op, dan denk ik graag met je mee. En ben je benieuwd welk model er eigenlijk onder je agents draait? Lees dan ook welke AI-tools je moet kennen in 2026.
Je AI-stack is het geheel van AI-tools, modellen en koppelingen dat je organisatie gebruikt. In een Microsoft-omgeving zijn dat bijvoorbeeld Copilot, Copilot Studio, je documenten in SharePoint en de workflows die alles met elkaar verbinden.
Agentic AI is de verzamelnaam voor AI die zelfstandig taken uitvoert, in plaats van alleen antwoord te geven op een vraag. Zo'n systeem volgt stappen, gebruikt bronnen en kan acties starten, zoals een tekst klaarzetten of een seintje sturen.
Een Copilot-agent is een AI-assistent in Microsoft Copilot met één vaste taak, eigen instructies en eigen naslagwerk. Anders dan in een gewone chat hoef je niet elke keer opnieuw uit te leggen wat je wilt. De agent weet al wie hij is, welke documenten hij gebruikt en welke stappen hij volgt.
Met Copilot Chat stel je losse vragen, met Agent Builder maak je een vaste assistent en in Copilot Studio bouw je agents die samenwerken en zelf aan de slag gaan.
Begin je klein in Agent Builder? Dan kun je je agent later overzetten naar Copilot Studio. Welke variant je mag gebruiken, hangt af van je licenties.
Agent sprawl is de wildgroei van agents in een organisatie. AvePoint omschrijft het als het opstapelen van ongebruikte, dubbele of experimentele agents, waardoor de kosten en de risico's stijgen en de goede agents moeilijker te vinden zijn. Het lijkt op schaduw-IT, met één verschil: agents handelen zelfstandig met de data van je organisatie.
Guardrails zijn de grenzen waarbinnen een agent werkt. Zachte guardrails staan in de instructies, zoals niets verzinnen. Harde guardrails regel je in de omgeving, zoals rechten en toegang. Je hebt ze allebei nodig, omdat instructies gedrag sturen maar niets afdwingen. En boven alle guardrails staat een mens: de hoofdredacteur die het laatste akkoord geeft.
Het verschil zit in de rol van de mens. Bij human-in-the-loop is de mens een stap in het proces, die per stap goedkeurt. Bij human-on-the-loop houdt de mens toezicht en grijpt hij in als het nodig is. Bij human-above-the-loop, onze visie, bepaalt de mens de koers en de kaders. De agents doen het werk en de checks, en niets gaat de deur uit zonder akkoord van de hoofdredacteur.
Kies een workflow als de stappen altijd in dezelfde volgorde moeten, bijvoorbeeld als elke tekst langs de stijlredacteur moet. Bij connected agents werkt een orchestrator-agent als chef redactie: hij kiest zelf welk redactielid hij inschakelt, op basis van de beschrijving van die agent. Dat is flexibel, maar niet gegarandeerd.
Stand oktober 2026: een connected agent kan zelf geen connected agents hebben, dus diep nesten gaat niet. Gekoppelde agents moeten dezelfde authenticatie-instellingen hebben. En welke functies je kunt gebruiken, hangt af van je licenties. Copilot Studio verandert snel, dus check de actuele mogelijkheden in je eigen omgeving.
In de markt heten dezelfde ideeën vaak anders. Zo herken je ze:
De patronen achter keten en loop beschreef Anthropic in een bekend stuk over effectieve agents. Daar heten ze prompt chaining en evaluator-optimizer. Voor de rol van de mens gebruiken wij bewust een eigen term: human-above-the-loop.